ECLI:NL:CRVB:2015:1997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijkheid inkomsten
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB en appellant had een nul-urenovereenkomst bij een bedrijf. Na signalen uit Suwinet startte het dagelijks bestuur een onderzoek vanwege vermoedens van niet-gemelde inkomsten uit arbeid. Appellant had verklaard geen inkomsten te hebben, maar later toegegeven wel inkomsten te hebben genoten, wat leidde tot opschorting en uiteindelijk intrekking van de bijstand.
Het onderzoek bestond uit dossieronderzoek, waarnemingen en verhoren. Appellant overhandigde loonstroken en urenoverzichten, maar deze kwamen niet overeen met de waarnemingen en verklaringen van de werkgever. Dit leidde tot twijfel over de juistheid van de opgegeven inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de inlichtingenverplichting was geschonden en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat recht op bijstand bestond over de periode. De Raad wees erop dat een melding bij het IMK niet ontslaat van de verplichting tot melding bij het dagelijks bestuur.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de bijstand terecht was en dat het hoger beroep niet slaagde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en het onvermogen het recht op bijstand vast te stellen.