ECLI:NL:CRVB:2015:1993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.H. Hillen
- G.M.G. Hink
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden kantine
Appellante ontving sinds 2001 bijstand en verrichtte gedurende de periode 2001-2011 werkzaamheden in een schoolkantine zonder dit te melden aan het college. Na een onderzoek op basis van een anonieme melding besloot het college de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijstand, mede door het ontbreken van een deugdelijke boekhouding en onvoldoende bewijs van niet-werkzaamheid tijdens schoolvakanties en ziekteperiodes.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het recht op bijstand ondanks de schending van de inlichtingenplicht vastgesteld kon worden, met name door een fictief inkomen te bepalen en dat er bijzondere omstandigheden waren die terugvordering moesten voorkomen.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende onderbouwing gaf voor haar stellingen, dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en dat de financiële situatie van appellante geen dringende reden vormt om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.