ECLI:NL:CRVB:2015:1986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling bevestigd
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en viel uit wegens klachten aan haar linkerschouder. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering omdat zij naar het oordeel van de verzekeringsarts haar werkzaamheden kon hervatten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er sprake was van psychische klachten, een door een psycholoog gestelde dysthyme stoornis, een bewegingsbeperking vastgesteld door de huisarts en bijwerkingen van medicatie die beperkingen zouden veroorzaken. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat deze elementen onvoldoende aanleiding gaven om beperkingen aan te nemen.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de medische informatie zorgvuldig gewogen en gemotiveerd waarom appellante vanaf 24 oktober 2012 niet langer arbeidsongeschikt was. De diagnose van de psycholoog was niet doorslaggevend en de medicatie veroorzaakte geen hinderlijke klachten. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige en tot schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.