ECLI:NL:CRVB:2015:1979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering AOW-pensioen wegens ontbreken ingezetenschap en dienstbetrekking
Appellant, geboren in 1947 in Marokko, vroeg in maart 2012 een AOW-pensioen aan met de stelling dat hij van 1991 tot 1995 in Nederland had gewoond en gewerkt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde dit pensioen toe te kennen omdat niet was gebleken dat appellant in die periode ingezetene was of in Nederland had gewerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad beoordeelde of appellant verzekerd was op grond van ingezetenschap of arbeid in Nederland. Uit navraag bij de gemeente Den Haag bleek dat appellant niet in het bevolkingsregister stond ingeschreven. Ook ontbraken bewijsstukken over werkzaamheden en het fiscaalnummer bleek gekoppeld aan een andere persoon. De Svb had zorgvuldig onderzoek verricht en vond geen aanwijzingen voor verblijf of arbeid van appellant in Nederland in de betreffende periode.
Daarom is niet aannemelijk dat appellant in Nederland woonde of werkte tussen 1991 en 1995. De Raad bevestigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak dat appellant geen recht heeft op AOW-pensioen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van AOW-pensioen wegens ontbreken van ingezetenschap en arbeid in Nederland.