ECLI:NL:CRVB:2015:189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag maatschappelijke opvang
Appellante, een Somalische vrouw die sinds 2007 in Nederland verblijft en meerdere keren een asielaanvraag heeft gedaan die zijn afgewezen, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Het college wees dit verzoek af, waarna appellante bezwaar maakte en vervolgens in hoger beroep ging tegen de afwijzing van haar aanvraag tot maatschappelijke opvang. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante van december 2011 tot augustus 2012 feitelijke opvang genoot bij een particulier en vanaf augustus 2012 bij Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht (SNDVU). Hierdoor was er geen sprake van een oneerlijke belangenafweging en had appellante geen recht op opvang door het college.
In hoger beroep stelde appellante dat de opvang door SNDVU onder de Wmo valt en dat de gemeente Utrecht daartoe een besluit moet nemen. De Raad oordeelde echter dat appellante geen procesbelang heeft, omdat zij gedurende de gehele periode feitelijke opvang heeft gehad. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om buitenwettelijke hulp niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 januari 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat appellante feitelijke opvang heeft gehad.