ECLI:NL:CRVB:2015:184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving inschrijf- en sollicitatieverplichtingen
Appellante ontving een WW-uitkering vanaf 3 oktober 2011. Het UWV verlaagde haar uitkering met 10% voor twee maanden wegens het niet inschrijven als werkzoekende en met 25% voor vier maanden wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond. De rechtbank Oost-Nederland bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellante haar verplichtingen niet was nagekomen, ondanks haar persoonlijke omstandigheden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar situatie en dat er sprake was van samenloop van maatregelen volgens artikel 9 van Pro het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten, waardoor slechts één maatregel zou mogen worden opgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante haar stellingen niet met verifieerbare gegevens had onderbouwd en dat er geen sprake was van samenloop omdat niet aannemelijk was dat de niet-naleving van verplichtingen uit één oorzaak voortkwam. Het hoger beroep werd verworpen en de verlagingen bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering met 10% en 25% wordt bevestigd zonder matiging of samenloop van maatregelen.