ECLI:NL:CRVB:2015:1744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering re-integratietraject ondanks recidive
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het college meerdere malen uitgenodigd voor een re-integratietraject bij ReWork, waarbij hij moest deelnemen aan intakegesprekken en arbeidscontracten tekenen. Appellant weigerde herhaaldelijk mee te werken, onder meer vanwege onduidelijkheden over zijn status en het aanbod.
Het college legde daarop drie afzonderlijke maatregelen op, waarbij de bijstand telkens met 100% werd verlaagd: eerst voor één maand, daarna voor twee maanden vanwege recidive, en tenslotte voor vier maanden wegens voortdurende weigering. De rechtbank vernietigde de besluiten maar liet de rechtsgevolgen in stand, stellende dat het aangeboden werk een traject gericht op arbeidsinschakeling betrof en appellant zijn verplichtingen niet was nagekomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen in stand liet op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb. De Raad vond dat appellant niet op het verkeerde been was gezet door de kwalificatie van het werk en dat de maatregelen niet onevenredig waren gezien zijn volharding en belemmering van uitstroom naar betaald werk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% wegens weigering van het re-integratietraject wordt bevestigd ondanks recidive en langdurige werkloosheid.