ECLI:NL:CRVB:2015:1670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens ondernemersaftrek bij startende zelfstandige
Appellante ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om met behoud daarvan een eigen bedrijf te starten. Tijdens deze startperiode werd 70% van haar inkomsten als zelfstandige in mindering gebracht op de uitkering. Het Uwv concludeerde later dat er te veel voorschot was betaald en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd bevestigd dat onder inkomsten de belastbare winst vermeerderd met de ondernemersaftrek valt. Appellante voerde aan dat de informatievoorziening gebrekkig was en dat het Uwv haar onjuiste verwachtingen had gegeven.
De Centrale Raad oordeelde dat het Uwv het buitenwettelijk begunstigend beleid juist toepaste en dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden daarvan. Daarnaast werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan. De terugvordering is daarom terecht en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de teveel betaalde WW-uitkering wegens toepassing van de ondernemersaftrek.