ECLI:NL:CRVB:2015:1648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken belanghebbende bij ZW-uitkering
Appellante had beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om betrokkene niet in aanmerking te brengen voor een Ziektewet-uitkering, omdat betrokkene niet in dienstbetrekking werkzaam was geweest. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante niet-ontvankelijk, omdat sinds 22 april 2011 geen rechtsverhouding meer bestond tussen appellante en betrokkene, waardoor appellante geen belanghebbende was in de zin van artikel 1:2 Awb Pro.
In hoger beroep stelde appellante dat zij wel belanghebbende was, verwijzend naar eerdere jurisprudentie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat appellante geen belanghebbende was, omdat de rechtsverhouding tussen appellante en betrokkene was beëindigd.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het besluit.