Uitspraak
.Appellant, daartoe opgeroepen, is verschenen. Het college, daartoe eveneens opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.E.F. Vastenhoud.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende diverse aanvragen in voor bijzondere bijstand, waaronder voor een bril, alternatieve geneeswijzen en later voor schoolkosten en tandheelkundige behandelingen. Hij stelde dat hij ook een aanvraag had ingediend voor bijzondere bijstand voor energiekosten, maar het college kon deze aanvraag niet terugvinden in haar administratie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij een aanvraag voor energiekosten had ingediend. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte dit oordeel had gegeven en dat de aanvraag mondeling bij een consulent was gedaan. De Raad oordeelde dat een aanvraag schriftelijk moet worden ingediend volgens de WWB en Awb en dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd.
Verder stelde appellant dat het college te laat had beslist op zijn bezwaarschriften en dat hij daarom aanspraak maakte op een dwangsom. De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet aannemelijk was omdat het college tijdig had beslist op de meeste bezwaren en de ingebrekestelling prematuur was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een aanvraag bijzondere bijstand voor energiekosten heeft ingediend.