ECLI:NL:CRVB:2015:1517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheidsklasse 45-55% na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig leraar basisonderwijs, meldde zich in 2008 ziek vanwege spanningsklachten. Na meerdere besluiten en bezwaarprocedures stelde het UWV uiteindelijk vast dat appellant recht had op een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 44,5%. In 2013 meldde appellant een verslechtering van zijn gezondheid, waarna een nieuw onderzoek plaatsvond.
Het UWV concludeerde dat de belastbaarheid van appellant ongewijzigd was en dat hij met ingang van 1 april 2014 in de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55% moest worden ingedeeld. Appellant voerde aan volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn en verzocht om een IVA-uitkering, onderbouwd met medische stukken en een behandelplan.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat het medisch onderzoek door het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af en bevestigde de juiste vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55% wordt bevestigd.