ECLI:NL:CRVB:2015:1487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- A.M. Overbeeke
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluiten bijstand wegens onjuiste maatstaf gehuwden versus ex-gehuwden
Appellant en appellante ontvingen bijstand volgens de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rhenen trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het verzwegen huwelijk en gezamenlijke huishouding. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college onjuist heeft getoetst aan artikel 3, vierde lid, aanhef en onder a, WWB, terwijl bij gehuwden artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, WWB van toepassing is.
De Raad stelt vast dat appellanten op 13 juli 2007 in Marokko gehuwd zijn en dat zij niet duurzaam gescheiden leefden tot 17 januari 2011. De onderzoeksbevindingen, waaronder inschrijving in de GBA en verklaringen van getuigen, ondersteunen dit. Vanaf 18 januari 2011 woonde appellant niet meer op het uitkeringsadres, wat het college terecht aannam.
De Raad vernietigt de bestreden besluiten voor zover zij de intrekking over de periode 17 juli 2007 tot en met 17 januari 2011 betreffen en het besluit tot hoofdelijk aansprakelijk stellen van appellante wegens strijd met de wet en de Awb. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten blijven echter in stand. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd wegens onjuiste maatstaf, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.