ECLI:NL:CRVB:2015:1461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand wegens onvoldoende bewijs discrepantie inkomsten en uitgaven
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB sinds 2008. Het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel stelde een onderzoek in naar mogelijke onrechtmatigheid van de bijstandsverlening, mede naar aanleiding van een vermoeden van gezamenlijke huishouding.
Het college stelde vast dat appellante meer had besteed dan ontvangen en legde op 19 februari 2013 een opschorting op wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde bankafschriften en bewijsstukken. Vervolgens trok het college de bijstand met ingang van die datum in en vorderde het de bijstandskosten terug. Appellante voerde aan dat zij niet alle gevraagde stukken kon overleggen vanwege kosten en dat zij voldoende openheid van zaken had gegeven.
De Raad oordeelde dat het college terecht de opschorting en intrekking toepaste, omdat appellante niet tijdig de gevraagde gegevens had verstrekt en dit haar te verwijten viel. Echter, de Raad stelde vast dat het college bij de berekening van de inkomsten een bedrag van de bijstand niet had meegeteld, waardoor de vermeende discrepantie tussen inkomsten en uitgaven niet aannemelijk was. Ook gaf appellante een plausibele verklaring voor contante uitgaven. Daarom vernietigde de Raad het besluit tot intrekking en terugvordering over de periode 2011 tot 18 februari 2013 en veroordeelde het college in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand over 2011-2013 worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van discrepantie.