Uitspraak
mr. C.G. Smout.
OVERWEGINGEN
€ 1.217,50 (1 punt voor het hoger beroepschrift, 1 punt voor de zitting en 0,5 punt voor de brief van 30 juli 2014) in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
BESLISSING
van in totaal € 156,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg waarin haar een inkomensvoorziening werd geweigerd vanwege vermogen boven het vrij te laten bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde in een tussenuitspraak vast dat het besluit strijdig was met de Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:2 en 7:12) en gaf het college de gelegenheid het besluit te herstellen.
Het college kende vervolgens alsnog een inkomensvoorziening toe voor de periode van 15 april 2011 tot 7 november 2011. Appellante stemde daarmee in en vroeg vergoeding van proceskosten en wettelijke rente. Het college verzette zich tegen de rentevergoeding.
De Raad oordeelde dat de proceskosten toewijsbaar zijn, begroot op € 2.191,50, maar wees het verzoek om wettelijke rente af omdat appellante onvolledige gegevens had verstrekt, waardoor de rente niet verschuldigd is volgens artikel 4:102 Awb Pro.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierechten, en hoefde niet meer te beslissen over het bestreden besluit dat inmiddels was herroepen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, terwijl het verzoek om wettelijke rente wordt afgewezen.