ECLI:NL:CRVB:2014:2135
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vermogen bij recht op inkomensvoorziening op grond van Wet investeren in jongeren
Appellante, geboren in 1989, vroeg op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) een werkleeraanbod aan en het college Tilburg deed haar een aanbod. Het college onderzocht ambtshalve of zij tevens recht had op een inkomensvoorziening en wees dit af omdat zij over vermogen beschikte boven het vrij te laten bedrag van €5.555,-. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante dat zij niet over vermogen boven het vrij te laten bedrag beschikte. De Raad stelt vast dat appellante op 14 april 2011 beschikte over €10.362,72 aan bezittingen, waaronder €10.000,- die zij uit de huwelijksgemeenschap had opgenomen en feitelijk kon gebruiken. Schulden van in totaal €4.774,82 moeten in mindering worden gebracht.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte schulden bij het UWV en de minister van Onderwijs buiten beschouwing liet. Hierdoor is het vermogen niet correct vastgesteld. Het werkelijke vermogen bedroeg €5.587,90, slechts €32,90 boven het vrij te laten bedrag. De Raad vernietigt de uitspraak en draagt het college op het besluit te herstellen binnen zes weken, met inachtneming van het correcte vermogen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen het besluit binnen zes weken te herstellen.