ECLI:NL:CRVB:2015:1434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens voldoende middelen op bankrekening
Appellante diende op 22 juni 2012 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen op 11 juli 2012. Het college baseerde zich op bankafschriften waaruit bleek dat appellante op 22 mei 2012 € 2.000,- had overgeboekt van haar spaarrekening naar haar betaalrekening en op 23 mei 2012 € 4.000,- contant had opgenomen, bedragen waarover zij vrijelijk kon beschikken.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet kon beschikken over het tegoed op haar bankrekening, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken met objectieve en verifieerbare gegevens. De verklaringen van een derde, zowel in bezwaar als in hoger beroep, werden onvoldoende geacht omdat zij ongedateerd of achteraf opgesteld waren en niet konden aantonen dat appellante niet over het geld kon beschikken.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af op grond van artikel 8:73, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd op 7 mei 2015 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat appellante voldoende middelen op haar bankrekening had.