ECLI:NL:CRVB:2015:1348
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens onduidelijk verblijf
Appellant ontving vanaf 19 januari 2004 bijstand van de gemeente Lelystad. Het college stelde na onderzoek dat appellant geen woonplaats had in Lelystad, maar bij een ex-echtgenote in Almere verbleef, en trok daarom de bijstand in en vorderde kosten terug over de periode 2005-2011.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn verklaringen onder onaanvaardbare druk waren afgelegd. Wel oordeelde de Raad dat de verklaringen en onderzoeksgegevens onvoldoende waren om te concluderen dat appellant vanaf 1 februari 2005 geen woonplaats in Lelystad had.
De Raad vernietigde daarom het besluit voor de periode tot 1 oktober 2011 en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen over de terugvordering. Voor de periode vanaf oktober 2011 was er wel voldoende bewijs van verblijf buiten Lelystad. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode tot 1 oktober 2011 en het college moet opnieuw beslissen over de terugvordering.