ECLI:NL:CRVB:2015:1294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens ontbreken verzekeringsplicht
Appellant heeft een WIA-uitkering ontvangen, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) trok deze in wegens het ontbreken van verzekeringsplicht. De kern van het geschil is of appellant in de periode van 18 oktober 2008 tot 18 december 2008 voldoende dagen verzekerd was om recht te hebben op de WIA-uitkering op grond van artikel 10, eerste lid, van de Wet WIA.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordelen dat appellant niet heeft voldaan aan de verzekeringsvereisten. Appellant kon niet met objectieve en verifieerbare gegevens aantonen dat hij op ten minste zestien dagen verzekerd was in de relevante periode. Zijn overgelegde belastingaangifte gaf geen inzicht in de benodigde periode of het aantal gewerkte dagen.
Het Uwv heeft de bewijslast voor het belastende besluit gedragen door te verwijzen naar eerdere uitspraken en de wettelijke bepalingen. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd waarom van deze uitspraken zou moeten worden afgeweken. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant niet heeft aangetoond dat hij verzekerd was volgens artikel 10 van de Wet WIA.