ECLI:NL:CRVB:2015:1281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij verkoop op rommelmarkten
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en stond gemiddeld eenmaal per twee weken op rommelmarkten achter een door haar moeder gehuurde kraam, waarbij zij haar moeder hielp met de verkoop van goederen. Deze activiteiten werden niet gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven. Na een anonieme tip en observaties startte de gemeente een onderzoek, waarna de bijstand werd opgeschort en later ingetrokken wegens het niet naleven van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de intrekkingsbesluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij geen werkzaamheden verrichtte, maar hobby's uitoefende. De Raad oordeelde dat de verkoopactiviteiten op rommelmarkten als economische activiteiten gelden en dat het niet melden daarvan een schending van de inlichtingenplicht is. Appellante slaagde er niet in objectief verifieerbare gegevens te overleggen die recht op bijstand zouden rechtvaardigen.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken op grond van artikel 54 WWB Pro. De gronden voor opschorting en huisbezoek behoeven geen bespreking meer. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.