ECLI:NL:CRVB:2015:1247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag na beëindigingsovereenkomst ondanks geschil over wil en omstandigheden
Appellant was sinds 2008 in vaste dienst bij de Universiteit Utrecht en raakte in 2010 in conflict met zijn leidinggevende. Na ziekte en een bemiddelingstraject kreeg appellant in januari 2012 de keuze tussen een verbetertraject of een beëindigingsovereenkomst, waarbij hij aanvankelijk koos voor het verbetertraject. Na hernieuwde ziekmelding en overleg met een vakbondsconsulent werd uiteindelijk een beëindigingsovereenkomst gesloten met eervol ontslag per 1 januari 2013.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit, stellende dat hij onder druk was gezet en door een burn-out niet in staat was zijn wil te bepalen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Raad dat sprake was van een reële keuzemogelijkheid zonder ongeoorloofde druk. De onderhandelingen duurden ruim twee maanden, waarbij appellant werd bijgestaan door een vakbondsconsulent.
Verder was er geen bewijs dat appellant door zijn psychische toestand niet wilsbekwaam was. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die nakoming van de afspraken in redelijkheid onmogelijk maakten, ondanks geschil over toegang tot vacaturewebsites en voorrangsrechten. Het college had de afspraken volledig nagekomen en zelfs meer gedaan dan afgesproken om appellant te ondersteunen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het eervol ontslag op basis van de beëindigingsovereenkomst wordt bevestigd.