ECLI:NL:CRVB:2015:1246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag wegens ongeschiktheid na onvoldoende functioneren
Appellante is sinds 1993 in dienst en werkt sinds 2006 bij de Kredietbank Limburg als casemanager. Het bestuur verleende haar eervol ontslag wegens ongeschiktheid, gebaseerd op jarenlange beoordelingen die haar functioneren als onvoldoende kwalificeerden. Ondanks gesprekken, verbeterafspraken en opleidingen bleef haar functioneren onder de maat.
Appellante werd in december 2012 geschorst met behoud van bezoldiging omdat het dienstbelang zich verzette tegen haar terugkeer naar haar functie. De Raad oordeelt dat het bestuur bevoegd was het ontslag te verlenen en de schorsing te handhaven, gezien het ontbreken van de vereiste eigenschappen en het ontbreken van passende alternatieve werkzaamheden.
De Raad verwierp het betoog van appellante over onvoldoende begeleiding en concludeerde dat het bestuur haar voldoende kansen heeft geboden om te verbeteren. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg, die het beroep ongegrond verklaarde, wordt door de Centrale Raad bevestigd.
Uitkomst: Het eervol ontslag wegens ongeschiktheid en de schorsing van appellante worden bevestigd.