ECLI:NL:CRVB:2015:1232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering vaste aanstelling ambtenaar politie tijdens reorganisatie
Appellant was sinds 1 oktober 2009 in tijdelijke dienst bij de politie en verzocht op 30 juli 2012 om omzetting naar een vaste aanstelling. De korpschef wees dit verzoek af vanwege reorganisaties binnen de politie en een noodzakelijke reductie van de formatie. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad beoordeelde of de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat geen vaste aanstelling mogelijk was. Hoewel appellant voldeed aan de voorwaarden van artikel 4, derde lid, van het Barp, betekende dit geen recht op een vaste aanstelling. De reorganisatie en de personele reductie rechtvaardigden het besluit van de korpschef.
De Raad verwierp het betoog van appellant dat de reorganisatie geen reden meer kon zijn voor weigering, en benadrukte dat de korpschef rekening mocht houden met toekomstige herplaatsingskandidaten. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de korpschef in redelijkheid kon besluiten geen vaste aanstelling te verlenen aan appellant vanwege reorganisatie en formatiebeperkingen.