ECLI:NL:CRVB:2015:1223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake nabetaling salaris na herroepen ontslag ambtenaar
Betrokkene trad in 2001 in dienst bij de provincie Zuid-Holland en staakte haar werkzaamheden in juni 2001 wegens arbeidsongeschiktheid. Na een ontslagbesluit in 2002, dat in 2006 werd herroepen, ontstond discussie over de nabetaling van salaris over de periode 1 januari 2003 tot en met 7 maart 2007.
De rechtbank stelde aanvankelijk dat betrokkene aanspraak had op 80% van het salaris tot 17 juni 2003 en 100% daarna. Het college stelde echter dat gedurende de gehele periode de aanspraak 80% moest zijn vanwege voortdurende arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van hervatting van werkzaamheden.
De Raad oordeelt dat betrokkene nooit haar werkzaamheden voor ten minste 45% heeft hervat, waardoor de aanspraak op bezoldiging inclusief aanvulling gedurende de gehele periode op 80% moet worden vastgesteld. Verder oordeelt de Raad dat de WAO-uitkering en inkomsten uit zelfstandige arbeid correct in mindering zijn gebracht en dat het college geen bedragen meer zal terugvorderen aan WW- en IP-uitkeringen.
Het hoger beroep van betrokkene wordt verworpen, het hoger beroep van het college gegrond verklaard, en de eerdere uitspraak vernietigd. Het beroep tegen het besluit van 1 december 2009 wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot nabetaling van salaris wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.