ECLI:NL:CRVB:2015:1199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor deel mondzorgkosten volgens buitenwettelijk beleid
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van mondhygiënische behandelingen ter hoogte van €694,-. Het college verleende bijzondere bijstand van €518,85, waarbij €175,15 werd afgetrokken als vergoeding die zij zou hebben ontvangen bij een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (AV Frieso).
Appellante stelde in hoger beroep dat er sprake was van een acute noodsituatie vanwege een ernstig occlusieprobleem en dat het college daarom alle kosten moest vergoeden. De Raad stelde vast dat alleen de vraag restte of het college de €175,15 in mindering mocht brengen.
De Raad oordeelde dat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en dat geen acute noodsituatie was aangetoond. Het college had het buitenwettelijk begunstigend beleid op consistente wijze toegepast door de vergoeding van de collectieve verzekering in mindering te brengen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college mocht het bedrag van €175,15 in mindering brengen op de bijzondere bijstand.