ECLI:NL:CRVB:2015:1189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht over woonsituatie
Appellant vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 23 februari 2012 en ontving voorschotten tot een bedrag van €1.845,-. Het dagelijks bestuur stelde een onderzoek in naar zijn woonsituatie, waarbij appellant geen toestemming gaf voor een huisbezoek, maar wel toestond dat zijn kamer vanaf de galerij werd bekeken.
De handhavingsspecialisten constateerden discrepanties tussen de door appellant verstrekte informatie en de waarnemingen ter plaatse, zoals het ontbreken van vuilniszakken, administratie en telefoonoplader die appellant had genoemd, en de aanwezigheid van een te klein bed, koffer en sporttas die niet waren genoemd. Ook werd zijn auto niet op het opgegeven adres waargenomen, maar bij zijn ouders.
Op grond hiervan concludeerde het college dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Het huisbezoek vond niet plaats, zodat de klacht daarover ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag en terugvordering van voorschotten bevestigd.