ECLI:NL:CRVB:2015:1032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant ontving vanaf 12 april 2010 een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, vastgesteld op 56% arbeidsongeschiktheid wegens een depressieve stoornis in remissie. Het UWV beëindigde deze uitkering per 12 januari 2012 en kende een vervolguitkering toe van 42%, die later werd beëindigd op 20 september 2012 na een herbeoordeling waarbij de arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren en dat de beperkingen van appellant juist in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren vastgelegd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij ernstiger beperkt was dan aangenomen, onderbouwd met multidisciplinaire rapportages die spraken van een ernstige depressieve stoornis en bijkomende psychische aandoeningen.
De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat appellant leed aan een gegeneraliseerde angststoornis en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, en dat de FML aangepast moest worden met betrekking tot aandacht, faalangst en geheugenproblemen. De arbeidsdeskundige handhaafde de voorgehouden functies als geschikt, met nadere motivering. De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend was en dat de aangepaste FML en functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.