ECLI:NL:CRVB:2015:103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering AOW en AIO wegens gezamenlijke huishouding
Appellant en appellante ontvingen beiden een ouderdomspensioen en een AIO-aanvulling als alleenstaanden. Na een anonieme melding en onderzoek door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd vastgesteld dat zij een gezamenlijke huishouding voerden, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven.
De Svb wijzigde daarom hun uitkeringen met terugwerkende kracht en vorderde onverschuldigde bedragen terug. Beide appellanten voerden aan dat zij geen gezamenlijke huishouding voerden en dat hun verklaringen onder druk waren afgelegd en onjuist waren weergegeven.
De Raad oordeelde dat de verklaringen onder ede, het onderzoek, getuigenverklaringen en overige feiten voldoende bewijs leverden voor het voeren van een gezamenlijke huishouding. De motieven en aard van de relatie waren niet relevant. De herziening en terugvordering waren daarom terecht.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank en wees de beroepen van appellanten af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en wijst hun hoger beroepen af.