ECLI:NL:CRVB:2015:1016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang op grond van Wmo wegens niet-rechtmatig verblijf en geen kwetsbaarheid volgens Terugkeerrichtlijn
Appellant, geboren in 1950 in Egypte, verblijft sinds 1978 in Nederland zonder verblijfsvergunning en heeft jarenlang op straat geleefd. Hij vroeg om toelating tot maatschappelijke opvang voor ouderen op grond van de Wmo, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit af vanwege zijn niet-rechtmatig verblijf en het ontbreken van een positieve opvangplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in eerdere uitspraken. Appellant voerde onder meer een beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 3 en Pro 8 EVRM) en de EU Terugkeerrichtlijn aan, maar deze werden verworpen omdat hij geen nieuwe feiten aanvoerde en niet voldeed aan de criteria van kwetsbaarheid zoals bedoeld in de richtlijn.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar de Raad oordeelde dat de preambule van de Terugkeerrichtlijn geen rechtstreekse werking heeft en dat artikel 14 van Pro de richtlijn geen onvoorwaardelijk recht op opvang bevat. De medische situatie van appellant was niet substantieel gewijzigd sinds eerdere procedures. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en sprak de beslissing uit in het openbaar op 1 april 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor maatschappelijke opvang wegens niet-rechtmatig verblijf en het ontbreken van kwetsbaarheid volgens de Terugkeerrichtlijn.