ECLI:NL:CRVB:2012:BW3240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang voor vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Appellant, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om toelating tot maatschappelijke opvang, welke door het college werd afgewezen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigde dat appellant geen verblijfsrechtelijke titel had en dat de koppelingswetgeving, die rechten aan vreemdelingen onder voorwaarden koppelt, verenigbaar is met non-discriminatiebepalingen in internationale verdragen. De Raad oordeelde dat appellant niet behoorde tot de categorie kwetsbare personen die bijzondere bescherming genieten onder artikel 8 EVRM Pro, mede gelet op medische verklaringen en zijn leeftijd.
Verder werd geoordeeld dat de weigering van maatschappelijke opvang een fair balance vormt tussen publieke en particuliere belangen. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro en de Terugkeerrichtlijn werd verworpen, omdat appellant geen asielzoeker is en geen belemmeringen voor terugkeer had. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag maatschappelijke opvang bevestigd.