ECLI:NL:CRVB:2014:842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten gebitsrehabilitatie voor periode vóór 2011
Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer, verzocht in 2009 om vergoeding van kosten voor gebitsrehabilitatie. Dit verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van een behandelplan en kostenbegroting. Na bezwaar en beroep werd appellant gewezen op het belang van deze documenten. Pas in 2012 diende appellant een nieuwe aanvraag in met de vereiste stukken.
De vergoeding werd toegekend met ingang van 1 januari 2011, de wettelijk maximaal toegestane terugwerkende kracht. Appellant stelde dat ook kosten vóór deze datum vergoed hadden moeten worden op grond van zijn eerdere aanvraag uit 2009. De Raad oordeelde dat deze eerdere aanvraag rechtens is afgedaan en dat verweerder correct heeft gehandeld door terugwerkende kracht te beperken tot 2011.
De Raad benadrukte dat appellant bewust niet aan het verzoek tot aanvulling voldeed vanwege persoonlijke overwegingen, maar dat dit de rechtmatigheid van de afwijzing niet aantast. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding wordt beperkt tot kosten vanaf 1 januari 2011.