ECLI:NL:CRVB:2014:806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Y.J. Klik
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over vermogen
Betrokkene ontving sinds 1994 bijstand op grond van de WWB. In 2010 kwam aan het licht dat betrokkene meerdere bankrekeningen in België op haar naam had, met een saldo dat de vermogensgrens overschreed. Appellant (het college) stelde dat betrokkene haar inlichtingenverplichting had geschonden door dit vermogen niet volledig te melden.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en oordeelde onder meer dat appellant niet bevoegd was om de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken vanaf 1 januari 2011 en dat een reële inschatting van het vermogen moest worden gemaakt voor de terugvordering. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant wel bevoegd was de bijstand in te trekken vanaf 23 juli 2010 en ook over de periode daarna, omdat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat het vermogen niet tot haar beschikking stond.
De Raad stelt vast dat betrokkene onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar financiële situatie en dat de verklaring dat het geld aan een derde toebehoorde onvoldoende is onderbouwd. De Raad vernietigt de eerdere uitspraken en verklaart het beroep tegen het intrekkingsbesluit van 18 mei 2011 gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven. Het beroep tegen het terugvorderingsbesluit van 7 september 2011 wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting over het vermogen van betrokkene worden bevestigd.