ECLI:NL:CRVB:2014:785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand en Bbz-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand en een Bbz-uitkering als beginnend zelfstandigen. Het college stelde een onderzoek in vanwege vermoedens dat appellanten hun werkzaamheden als zelfstandigen niet hadden gemeld. Uit het onderzoek bleek dat appellanten gedurende lange tijd hun inlichtingenverplichting hadden geschonden door hun zelfstandige activiteiten niet of onvolledig te melden.
Het college trok de bijstand en Bbz-uitkering in en vorderde de bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de bijstandsintrekking ongegrond, maar oordeelde dat het beroep tegen de Bbz-uitkering gegrond was en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep betwistten appellanten de schending van de inlichtingenverplichting en voerden zij aan dat zij hun activiteiten met een re-integratiebureau hadden besproken en er geen winst werd behaald.
De Raad oordeelde dat appellanten niet tijdig en volledig hadden geïnformeerd, dat de activiteiten op geld waardeerbare arbeid betroffen en dat het college terecht de bijstand en Bbz-uitkering had ingetrokken en teruggevorderd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand en Bbz-uitkering bevestigd.