ECLI:NL:CRVB:2014:761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- K.J. Kraan
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing smartengeldverzoek wegens ontbreken invaliditeit na dienstongeval politie
Appellant raakte tijdens een training in 2006 gewond aan zijn knie, wat als dienstongeval werd erkend. Na medisch onderzoek door een orthopedisch chirurg en een arbeidskliniek werd geconcludeerd dat er geen blijvende invaliditeit was ontstaan. Appellant verzocht daarop om smartengeld, maar dit werd afgewezen omdat de medische rapporten geen objectief bewijs van invaliditeit toonden.
Appellant onderging in 2010 een reconstructie van de voorste kruisband en in 2011 een operatie waarbij kraakbeen werd verwijderd. Hij stelde dat het kraakbeenletsel verband hield met het dienstongeval van 2006, maar ook een nieuw dienstongeval in 2007 en intensieve sportbeoefening konden het letsel hebben veroorzaakt. De rechtbank en de Raad oordeelden dat onvoldoende causaal verband met het ongeval van 2006 was vastgesteld.
De Raad bevestigde dat de korpschef terecht op de medische rapporten mocht vertrouwen en dat appellant de bewijslast droeg om het verband aan te tonen. Omdat dit niet was gelukt, werd het verzoek om smartengeld afgewezen. Een proportionele toerekening werd daardoor eveneens niet toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om smartengeld wordt afgewezen wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit die kan worden toegerekend aan het dienstongeval van 2006.