ECLI:NL:CRVB:2014:734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig constructiebankwerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens rugklachten. Medisch onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidskundig onderzoek concludeerden dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering per 20 januari 2012.
Appellant voerde in bezwaar en beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, mede omdat er geen informatie was opgevraagd bij zijn behandelend sector. Hij bracht aanvullende medische stukken in.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door meerdere artsen en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot zwaardere beperkingen op de datum in geschil. Ook de latere toekenning van een WIA-uitkering per 6 maart 2013 veranderde hier niets omdat de gezondheidstoestand na die datum was verslechterd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Arnhem. Het verzoek tot vergoeding van schade werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.