ECLI:NL:CRVB:2014:725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loongerelateerde WGA-uitkering bij psychische en lichamelijke beperkingen
Appellant, voormalig projectadministrateur, meldde zich ziek vanwege psychische klachten en vroeg een loongerelateerde WGA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant 48,25% arbeidsongeschikt was, later bij bezwaar vastgesteld op 49,43%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV de beperkingen adequaat had ingeschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is, met kritiek op de rapporten van het UWV, de gehanteerde protocollen en de kwalificaties van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de eerdere overwegingen en concludeerde dat het UWV zorgvuldig te werk is gegaan, de rapporten uitgebreid en gemotiveerd zijn, en dat de kritiek onvoldoende is gespecificeerd.
De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellant niet zijn onderschat. Medische informatie, waaronder van een internist-hematoloog en psychotherapeut, werd afdoende besproken en ondersteunde niet het standpunt van volledige arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.