ECLI:NL:CRVB:2014:663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- J.N.A. Bootsma
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Geen leeftijdsdiscriminatie bij ontslag van gevangenismedewerker volgens SBF-regeling
Appellante, geboren in 1950, was werkzaam in een substantieel bezwarende functie bij de Dienst Justitiële Inrichtingen. Zij werd ontslagen conform de SBF-regeling, die een overgangsregeling bevat voor ambtenaren geboren tussen 1950 en 1964. De regeling bepaalt onder meer dat de uitkering eindigt zodra de betrokkene zijn pensioen kan financieren tot de leeftijd van 65 jaar.
De rechtbank had het bezwaar van appellante tegen de ontslagdatum gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de minister stelde beroep in tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen. Appellante stelde dat de regeling onredelijk bezwarend is en dat zij door gebrekkige voorlichting niet de kans had andere maatregelen te treffen om inkomensverlies te beperken.
De Raad oordeelde dat de SBF-regeling een algemeen verbindend voorschrift is, waarbij terughoudendheid geldt bij toetsing. Er waren geen ernstige fouten in de regeling die het besluit onrechtmatig maken. De Raad bevestigde dat de ontslagdatum correct was vastgesteld en dat het niet indienen van een verzoek tot doorwerken niet aan de minister kan worden toegerekend. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat de minister niet in strijd met goed werkgeverschap had gehandeld.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.