ECLI:NL:CRVB:2014:608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende criteria in Verordening WWB Rotterdam voor verlaging bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en weigerde herhaaldelijk aangeboden werk bij Roteb. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verlaagde de bijstand als maatregel. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van het college, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde dat artikel 8 van Pro de Verordening afstemming en handhaving WWB Rotterdam onvoldoende criteria bevat om onderscheid te maken tussen lichte en gewone verplichtingen en tussen het niet of onvoldoende nakomen daarvan. Hierdoor ontbreken de noodzakelijke criteria om hoogte en duur van verlagingen vast te stellen, wat strijdig is met artikel 8 van Pro de WWB en het rechtszekerheidsbeginsel.
De beleidsregels die het college hanteert bevatten wel criteria, maar deze zijn niet wetsinterpreterend maar regelstellend, en het college is niet bevoegd deze regels vast te stellen. De Raad concludeert dat de Verordening en beleidsregels geen verbindende kracht hebben en vernietigt de bestreden besluiten en de aangevallen uitspraken, herroept de besluiten van het college en veroordeelt het college in de kosten van appellant.
Uitkomst: De bestreden besluiten tot verlaging van de bijstand worden vernietigd en herroepen wegens ontbreken van voldoende criteria in de Verordening en onrechtmatige beleidsregels.