ECLI:NL:RBROT:2012:BW9827
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke uitspraak over verlaging bijstandsuitkering en toepassing Afstemmingsverordening Rotterdam
Eiseres ontving bijstand en kreeg op grond van de Afstemmingsverordening Rotterdam 2009 twee maatregelen opgelegd wegens het niet nakomen van verplichtingen, waaronder het weigeren van een participatieplaats. Verweerder legde een verlaging van 100% van de bijstand op, respectievelijk voor één maand (primair besluit 1) en twee maanden (primair besluit 2). Eiseres stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten en voerde onder meer aan dat de Afstemmingsverordening onverbindend zou zijn en dat sprake was van onjuiste toepassing van recidive.
De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad met de Afstemmingsverordening had voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen en dat de beleidsregels van verweerder als wetsinterpreterend beleid konden worden beschouwd. De rechtbank verwierp het beroep op onverbindendheid en bevestigde dat verweerder bevoegd was de maatregelen op te leggen. Wel stelde de rechtbank vast dat de recidivebepaling onjuist was toegepast omdat de gedragingen niet in de juiste volgorde plaatsvonden, waardoor de verdubbeling van de maatregel bij primair besluit 2 niet gerechtvaardigd was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering omtrent de onverbindendheid, handhaafde de maatregel bij primair besluit 1, maar stelde de duur van de maatregel bij primair besluit 2 vast op één maand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en wettelijke rente wegens niet betaalde uitkering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, de verlaging van de bijstandsuitkering bij primair besluit 1 gehandhaafd, en de duur van de maatregel bij primair besluit 2 teruggebracht tot één maand.