ECLI:NL:CRVB:2014:607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor WIA-functies
Appellante was ziekgemeld wegens een operatie aan haar rechtervoet en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 20 juni 2012 omdat zij volgens medisch onderzoek weer geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies op grond van de Wet WIA.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de psychotherapeutische verklaring van Beekman niet doorslaggevend werd geacht. Ook het rapport van Kruithof werd onvoldoende geacht omdat het geen eigen onderzoek bevatte en zich vooral richtte op de WIA-beoordeling.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en overhandigde aanvullende medische rapporten, maar het UWV zag hierin geen nieuwe informatie. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante op de datum in geding geschikt was voor ten minste één van de WIA-functies, welke fysiek en psychisch niet belastend en parttime zijn.
De Raad oordeelde dat het standpunt van Beekman niet leidend is en dat het aangekondigde aanvullende rapport van Kruithof uitbleef. Daarom is het bestreden besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering terecht en wordt het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante is terecht per 20 juni 2012 beëindigd wegens geschiktheid voor WIA-functies.