ECLI:NL:CRVB:2014:554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- B.M. van Dun
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 5 november 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daardoor geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen juist waren uitgevoerd.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen, onder meer vanwege polsklachten, whiplash- en cognitieve klachten, en dat het maatmanloon onjuist is berekend. Het Uwv heeft deze standpunten gemotiveerd weerlegd met rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en acht de medische grondslag en arbeidskundige onderbouwing juist. Er is rekening gehouden met alle klachten en beperkingen, en de functie-eisen en belastbaarheid zijn adequaat beoordeeld. Er zijn geen nieuwe medische gegevens die het oordeel zouden kunnen wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.