Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, die sinds 1990 een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving op grond van de AAW, verzocht in 2009 om herberekening van zijn Wajong-uitkering naar de grondslag van het minimumloon. Het UWV wees dit verzoek af, omdat volgens artikel XXIV van de Invoeringswet de individuele grondslag bleef gelden. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering.
In hoger beroep stelde het UWV dat artikel XXIV van de Invoeringswet geen aanknopingspunten biedt voor een berekening op basis van het minimumloon en dat de individuele grondslag van toepassing blijft. De Centrale Raad oordeelde dat de overgangsregeling in artikel XXIV juist bepaalt dat voor betrokkene de bepalingen van de AAW met betrekking tot de individuele grondslag onverkort blijven gelden.
De Raad legde uit dat het vierde lid van artikel XXIV van de Invoeringswet, waarin artikel 7 van Pro de Wajong wordt genoemd, niet betekent dat de uitkering voor iedereen naar het minimumloon moet worden berekend. De samenhang met het tweede lid verduidelijkt dat alleen bepaalde bepalingen van de AAW zijn vervangen door die van de Wajong. De Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd; de uitkering blijft berekend op individuele grondslag.