ECLI:NL:CRVB:2014:4309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over verjaring immateriële en materiële schadevergoeding ambtenaar
Appellant, voormalig ambtenaar bij de RDW, ontving in 1996 eervol ontslag met wachtgelduitkering. Na langdurige onderhandelingen over een wachtgeldplusregeling en vergoeding van kosten, heeft de RDW in 2012 een besluit genomen tot verlenging van het wachtgeld en vergoeding van diverse kosten.
Appellant vorderde daarnaast immateriële schadevergoeding en materiële schade in de vorm van inkomens- en pensioenschade. De RDW wees deze verzoeken af vanwege verjaring en gebrek aan onderbouwing. De rechtbank verklaarde het bezwaar deels ontvankelijk en ongegrond en handhaafde het besluit van de RDW.
In hoger beroep betwist appellant deze afwijzing, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek tot immateriële schadevergoeding verjaard is omdat meer dan vijf jaar waren verstreken sinds appellant actie had kunnen ondernemen. Het verzoek om materiële schadevergoeding is pas tijdens de bezwaarprocedure gedaan en kan daarom niet leiden tot herroeping van het besluit.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens verjaring van de schadevergoedingsverzoeken.