ECLI:NL:CRVB:2014:4296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid voor functie anders dan vanwege ziekte na verschil van inzicht over urenbeperking
Betrokkene was sinds 1978 werkzaam als docent bij een onderwijsstichting en liep in 2007 een blijvende gehoorbeperking op na een auto-ongeluk. Na herstel werd hij beperkt inzetbaar geacht, met een urenbeperking tot zes uur per dag, oorspronkelijk tot 14.00 uur. Na de komst van een interim-rector in 2010 ontstond een verschil van inzicht over de toepassing van deze urenbeperking in het lesrooster. Betrokkene bleef vasthouden aan een roosterindeling die niet medisch was onderbouwd en weigerde lessen na 14.10 uur te geven.
Ondanks meerdere gesprekken, afspraken en een berisping, bleef betrokkene zijn standpunt handhaven en meldde zich ziek bij roosteractiviteiten in de middag. De stichting meende dat betrokkene de vereiste eigenschappen, mentaliteit en instelling voor zijn functie ontbeerde en verleende hem ontslag wegens ongeschiktheid anders dan vanwege ziekte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hetgeen de Centrale Raad van Beroep bevestigde.
De Raad oordeelde dat betrokkene voldoende gelegenheid had gekregen om zijn gedrag te verbeteren en dat het vasthouden aan een niet-medisch onderbouwde urenbeperking en het negeren van redelijke verzoeken een gebrek aan gevoel voor verhoudingen en ongeschiktheid voor de functie aantoonde. Een formele beoordeling voorafgaand aan het ontslag was niet noodzakelijk. Het hoger beroep van betrokkene werd verworpen en het voorwaardelijk hoger beroep van de stichting behoeft geen bespreking.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens ongeschiktheid voor zijn functie anders dan vanwege ziekte wordt bevestigd.