ECLI:NL:CRVB:2014:4277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget en beëindiging hulp bij het huishouden
Appellante ontving vanaf 2009 een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden op grond van de Wmo. Het college trok de hulp bij het huishouden in voor de periode juni 2011 tot januari 2012 na onderzoek waaruit bleek dat appellante in staat was zelf huishoudelijke taken uit te voeren. Vervolgens werd het ten onrechte betaalde pgb teruggevorderd.
Daarnaast beëindigde het college de hulp bij het huishouden per oktober 2012 op basis van een medisch advies waarin werd geconcludeerd dat appellante haar huishoudelijke taken zelf kon verrichten. Appellante voerde aan dat haar beperkingen waren onderschat en beriep zich op een brief van haar huisarts.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond en oordeelde dat de hardheidsclausule niet van toepassing was en het medisch advies juist was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en bevestigde de uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het pgb en de beëindiging van de hulp bij het huishouden.