ECLI:NL:CRVB:2014:4252

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 december 2014
Publicatiedatum
16 december 2014
Zaaknummer
14-2258 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WWBArt. 31 WWBArt. 34 WWB
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor verzendkosten en inktcartridges

Appellanten hebben bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken in verband met het indienen van bijstandsaanvragen en bezwaarschriften. Het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas wees deze aanvraag af omdat deze kosten niet als noodzakelijk werden beschouwd.

De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand alleen kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm of andere middelen.

De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat verzendkosten en inktcartridges niet als noodzakelijke kosten uit bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat deze kosten in hun situatie noodzakelijk waren, ook niet vanwege hun gebrek aan vertrouwen in de gemeentelijke organisatie. Bovendien is het mogelijk stukken persoonlijk af te geven bij de gemeentebalie met ontvangstbewijs. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd.

Uitspraak

14/2258 WWB
Datum uitspraak: 16 december 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van
27 februari 2014, 13/3489 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] (appellant) en M[Appellante]te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college)
PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2014. Appellanten zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F. van de Vlekkert.

OVERWEGINGEN

1.De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Op 8 september 2011 hebben appellanten een aanvraag om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend voor de kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken in verband met het indienen van bijstandsaanvragen en bezwaarschriften. Bij besluit van 3 november 2011, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 14 augustus 2012 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat deze kosten niet noodzakelijk zijn.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In artikel 35, eerste lid, van de WWB is neergelegd dat de alleenstaande of het gezin, onverminderd paragraaf 2.2 van die wet, recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
4.2.
Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.3.
Het ligt op de weg van de aanvrager om aannemelijk te maken dat de kosten waarvoor hij bijzondere bijstand aanvraagt noodzakelijk zijn.
4.4.
In zijn uitspraak van 31 mei 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT6756 heeft de Raad geoordeeld dat verzendkosten en kosten van inktcartridges niet kunnen worden aangemerkt als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten. In dit geval bestaat geen aanleiding voor een ander oordeel. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van een cartridge, papier en het aangetekend verzenden van stukken in verband met het indienen van aanvragen en bezwaarschriften in hun situatie wel noodzakelijk zijn. Dat - zoals zij naar voren hebben gebracht - hun wijze van werken is ingegeven door een gebrek aan vertrouwen in een juiste verwerking van hun stukken door de gemeentelijke organisatie, is daarvoor onvoldoende. Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting van de Raad is bovendien gebleken dat het mogelijk is stukken te overhandigen bij de gemeentebalie en aldaar een ontvangstbewijs te verkrijgen, en dat de consulent na enige dagen de doorslag van een aanvraagformulier terugstuurt.
4.5.
Uit 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2014.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) O.P.L. Hovens

MK