ECLI:NL:CRVB:2005:AT6756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing bijzondere bijstand voor diverse kosten op grond van Algemene bijstandswet
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen meerdere afwijzingen van aanvragen bijzondere bijstand door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Winsterswijk. De aanvragen betroffen kosten zoals incassokosten, reparatiekosten telefoon/fax, kopieer- en verzendkosten, vervoerskosten en een voorschotnota voor rechtsbijstand.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 17 van Pro de Algemene bijstandswet (Abw) geen recht op bijstand bestaat indien een toereikende en passende voorliggende voorziening beschikbaar is. Daarnaast moeten kosten noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 39 Abw Pro. De Raad concludeerde dat de meeste aangevraagde kosten niet als noodzakelijke kosten konden worden aangemerkt en dat appellant geen beroep kon doen op zeer dringende redenen.
Ook werd geoordeeld dat vervoerskosten inclusief boetes niet tot noodzakelijke kosten behoren en dat appellant geen toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand had aangevraagd, waardoor bijzondere bijstand niet toekwam. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en voorzieningenrechter en wees de beroepen af.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak het vonnis uit in aanwezigheid van griffier P.E. Broekman op 31 mei 2005.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen bijzondere bijstand wegens het ontbreken van noodzakelijke kosten en het bestaan van een voorliggende voorziening.