ECLI:NL:CRVB:2014:4222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, maar het UWV stelde vast dat hij vanaf 13 december 2010 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het medisch onderzoek van de door de rechtbank ingeschakelde psychiater onvoldoende zorgvuldig was uitgevoerd, onder meer vanwege het negeren van culturele en taalbarrières, zijn ontwikkelingsniveau, analfabetisme en geheugenproblemen. Ook zou de psychiater onvoldoende informatie hebben opgevraagd en zijn beoordeling niet hebben toegespitst op de relevante datum.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van de psychiater volledig en zorgvuldig was, met inbegrip van een tolk en het betrekken van alle relevante informatie, waaronder eerdere medische rapporten en het arbeidskundig onderzoek. De Raad volgde het oordeel van de deskundige en de verzekeringsartsen dat er geen sprake was van psychopathologie in enge zin en dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk als schoonmaker. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.