ECLI:NL:CRVB:2014:4208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toegenomen beperkingen voor WAO-uitkering bij psychische klachten en slaapproblemen
Appellant, die sinds december 1999 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt was, kreeg in 2005 een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat zijn belastbaarheid was verbeterd en zijn WAO-uitkering werd ingetrokken. In 2009 meldde appellant zich ziek met toegenomen psychische klachten en slaapproblemen, maar het UWV weigerde een nieuwe WAO-uitkering toe te kennen omdat geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geen objectieve medische gegevens had overgelegd die een verslechtering aantoonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn slaapproblemen destijds onterecht niet waren erkend, onder meer omdat hij al slaapmedicatie gebruikte.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de verzekeringsartsen terecht hadden vastgesteld dat de belastbaarheid sinds 2005 ongewijzigd was gebleven. Alle klachten, waaronder drugsgebruik en persoonlijkheidsproblemen, waren reeds bekend en er waren geen nieuwe medische bevindingen die toegenomen beperkingen rechtvaardigen. Appellant slaagde er niet in het medisch onderzoek te betwisten of nieuwe objectieve gegevens aan te dragen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.