Uitspraak
2 mei 2013, 12/3944 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat de beperkingen door de verzekeringsartsen van het UWV waren onderschat, met name dat ten onrechte geen beperking was aangenomen op aspect 1.7 van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Tevens betwistte appellant zijn geschiktheid voor de geselecteerde functies, waaronder inpakker en productiemedewerker metaal- en elektro-industrie.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het rapport van de verzekeringsarts zorgvuldig en juist was opgesteld en dat geen grond bestond voor het aannemen van beperkingen op aspect 1.7. Ook was voldoende gemotiveerd dat appellant de geselecteerde functies kon vervullen. Het hoger beroep slaagde niet en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €1.948,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €160,-.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.