ECLI:NL:CRVB:2010:BO7653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het Uwv stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor zij geen recht op uitkering had. De rechtbank vernietigde het eerste besluit wegens een ondeugdelijke medische grondslag en gaf het Uwv opdracht een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep beoordeelde de Centrale Raad van Beroep de medische en arbeidskundige grondslagen van de besluiten. De Raad vond de medische onderbouwing van het eerste besluit toereikend en bevestigde de rechtbankuitspraak voor zover aangevochten. Het tweede besluit, gebaseerd op aanvullende rapportages, werd vernietigd omdat het niet volledig tegemoet kwam aan het beroep van appellante.
De Raad oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bleef, mede vanwege een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en een nauwkeurige beoordeling van belastbaarheid en functies. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en vernietigt het tweede bestreden besluit, waarbij het Uwv niet volledig tegemoet kwam aan het beroep.